Werkwijze

Filosoferen is niet alleen denken, maar ook stelling nemen tegenover je eigen denken. Op die manier komt er ruimte tussen je vraag (de kwestie) en je denken daarover. Door je denken te onderzoeken, ga je inzien wat je beweegt of soms emotioneert, wat voor gedachten je daarbij hebt, welke ideeën er achter die gedachten schuil gaan en welke waarden je blijkt te hanteren. Je ontdekt hoe ver je kunt komen met je denken en waar je wel of geen invloed op hebt. In de ruimte die ontstaat door je vraag te onderzoeken, kun je vervolgens een standpunt innemen om die vraag vanuit een ander gezichtspunt onder de loep te nemen. Soms vind je een antwoord of oplossing, maar dat is – hoe welkom ook – bijvangst. De voortgang van de gesprekken is een voortgang van vraag naar vraag.

“Weten is maar weten. Vragen is beter.”
(Harm van der Gaag)

Er is dus geen sprake van een diagnose of een behandelplan. De filosofisch practicus geeft geen advies, draagt geen oplossingen aan en doet niet aan coaching. Er is slechts een persoon met een vraag: soms een ingrijpende levensvraag, soms een ingewikkeld probleem of een pijnlijke kwestie. Daarover vindt een open dialoog plaats tussen de bezoeker en de filosofisch practicus. Zij zijn daarin gelijkwaardige gesprekspartners.

De individuele leden van het Gilde leggen hun eigen accenten in de gespreksvoering en hebben ieder een persoonlijke stijl, een eigen achtergrond en eigen ervaring. Leidraad voor alle filosofisch practici is dat de vraag belangrijker is dan de oplossing of het antwoord. Het verlangen van de filosofisch practicus is steeds om de bezoeker  ‘aan het vragen te krijgen’, dat wil zeggen: zelf een filosofische denkhouding te laten aannemen.