Gildewet

  1. Het Gilde van Filosofisch Practici is een verband van vrouwen en mannen die beroepsmatig filosofische gesprekken voeren of daartoe een opleiding volgen. Het Gilde heeft tot doel de vakbekwaamheid van de leden te bevorderen en het ambacht van filosofisch practicus meer bekendheid te verschaffen.
  2. Lid van het Gilde zijn zij die door de gildevergadering als zodanig worden erkend en deze Gildewet onderschrijven.
  3. Na het voldoen aan de vereisten in artikel 6 is men lid voor het leven, behalve wanneer men opzegt of door de gildevergadering uit het lidmaatschap wordt ontzet.
  4. Er zijn drie vormen van lidmaatschap: leerling-leden, gezel-leden en meester-leden. De details van de toelating tot de verschillende vormen van lidmaatschap worden geregeld in een door de gildevergadering vast te stellen toelatingsreglement.
  5. Leerling-leden volgen een door het Gilde erkende opleiding tot filosofisch practicus. Indien zij deze scholing gedurende langer dan een jaar onderbreken, vervalt hun lidmaatschap. Hervatten zij de scholing, dan kunnen zij opnieuw leerling-lid worden.
  6. Gezel-leden hebben een door het Gilde erkende opleiding met goed gevolg afgerond. Zij blijven ten hoogste vijf jaren gezel. Als zij na vijf jaren de meestergraad nog niet hebben bereikt, vervalt hun lidmaatschap van het Gilde, tenzij de vergadering anders beslist.
  7. Tot de meestergraad kunnen slechts die gezellen worden verheven die hiertoe zijn voorgedragen door een, door het gilde erkende en benoemde, meester/supervisor en die na een voordracht aan de leden van het gilde tijdens een gildevergadering goed worden bevonden en/of als zodanig worden erkend.
  8. Aan degenen aan wie eenmaal de meestergraad is verleend, kunnen voor het behoud van het lidmaatschap geen eisen gesteld worden, anders dan het voldoen aan financiële verplichtingen die verband houden met het lidmaatschap en behoudens ontzetting uit het lidmaatschap, door de gildevergadering, zulks op advies van een nader bij reglement ingestelde tuchtraad.
  9. De eerste supervisor draagt een gezel voor het meesterschap voor als de gezel voldoende werkervaring als filosofisch practicus heeft opgedaan en daarover in voldoende mate supervisie ontvangen heeft, in overeenstemming met een nader door het gilde vast te stellen supervisiereglement. Daarbij wordt een minimum aantal aangehouden van zestig gesprekssessies en tien supervisiegesprekken, gehouden in dezelfde periode, die niet langer zal duren dan vijf jaren, gerekend vanaf het moment van het behalen van de gezellengraad.
  10. Een gezel ontvangt supervisie van een vaste supervisor, die hem of haar gedurende de gezellentijd begeleidt. Alleen als deze eerste supervisor naar het oordeel van de gildevergadering niet langer in staat is die begeleiding vorm te geven, kan de gezel een andere meester als eerste supervisor kiezen. Een gezel kan ook supervisie ontvangen van meer dan een meester. Overige aspecten van de supervisie worden door de gildevergadering vastgelegd in een supervisiereglement.
  11. Het Gilde wordt bestuurd door de gildevergadering. De gildevergadering kan werkgroepen instellen die haar advies kunnen uitbrengen.
  12. De gildevergadering besluit bij consensus. Dat wil zeggen dat een besluit kan worden genomen als geen van de aanwezige stemgerechtigde leden daartegen bezwaar maakt.
  13. De meesters en gezellen hebben spreekrecht, recht van agendering en stemrecht in de gildevergadering. De leerlingen hebben spreekrecht en recht van agendering, maar geen stemrecht.
  14. De gildevergadering is gerechtigd tot het nemen van besluiten als de leden tenminste zes weken van tevoren voor de gildevergadering zijn uitgenodigd en als tenminste de helft van alle stemgerechtigde leden die het Gilde telt, aanwezig zijn. Een schriftelijke inbreng van een lid is mogelijk, doch stemmen anders dan bij fysieke aanwezigheid niet.
  15. De gildevergadering wordt bijeengeroepen door de Werkgroep Agenda die door de gildevergadering wordt ingesteld. Deze werkgroep gaat over tot het uitnodigen van de

leden voor een vergadering wanneer acht of meer leden te kennen geven dat te wensen of op grond van een door de vergadering genomen besluit over het beleggen van een volgende vergadering. De werkgroep plaatst alle onderwerpen op de agenda die zijn ingediend door een of meer leden met recht van agendering.

  1. De gildevergadering wordt voorgezeten door een technisch voorzitter, die dit niet vaker kan doen dan in twee opeenvolgende vergaderingen.
  2. Besluiten over personen worden, gelijk alle andere besluiten, genomen bij consensus, met dien verstande dat de direct betrokken personen zullen afzien van hun stemrecht.
  3. De gildevergadering stelt elk kalenderjaar een speciale werkgroep, de Tuchtraad, samen uit vijf leden, onder wie tenminste een meester en een gezel. Deze Tuchtraad behandelt, conform een door de gildevergadering vast te stellen tuchtreglement, klachten die binnenkomen over veronderstelde misdragingen van leden, voor zover die van betekenis zijn voor het Gilde of voor het vak van filosofisch practicus. De Tuchtraad adviseert vervolgens de gildevergadering over een mogelijke schorsing (voor ten hoogste een jaar) of ontzetting uit het lidmaatschap van het betreffende lid. Dit is geen bindend, maar wel een zwaarwegend advies.
  4. Het Gilde laat zijn juridische en financiële belangen behartigen door een tot dat doel opgerichte stichting. Deze stichting zal de merknaam “filosofisch practicus” registreren en het gebruik ervan slechts aan de gezellen en meesters van het Gilde toestaan. De stichting kan daarnaast op verzoek van de gildevergadering andere taken vervullen, zoals het bekostigen van bijeenkomsten, het uitgeven van publicaties, en dergelijke. De leden van het Gilde ondersteunen de stichting financieel door een jaarlijkse, door de gildevergadering vast te stellen donatie.
  5. De Gildewet kan alleen worden veranderd door in twee opeenvolgende vergaderingen hiertoe te besluiten.
  6. Bij de eerste ondertekening van deze Gildewet op 17 juni 2012 zijn respectievelijk de volgende leden tot het gilde toegelaten en/of erkend in de hierna volgende graden:

Meester:
Roeland Harm van der Gaag

Gezel:
Wilfred Blom
Romeo van Geene
Maria Ursula Catharina Havermans
Gerrit Kappert
Johannes Hermanus Maria de Munnink
Albert Jan Erik Pool
Liesbeth Marijke Verlinde-van den Berg
Sjoukje Kunne-Boonstra
Joannes Baptista Gerardus Vonk

Leerling:
Willem Leopold van Katwijk

Aldus opgemaakt en door ondertekening vastgesteld op 17 juni 2012.